Bewegen doet me wat, Margreet Koot

Margreet Koot

Gouda

bipolaire stoornis

Als je het over een bipolaire stoornis hebt, dan heb je het over bergen en dalen. Over werken tegen de klippen op om je stemming in het gareel te krijgen. Dan heb je het over het diepe dal, waar je nooit meer uit denkt te komen. Dat je gewoon in een sloot wil blijven liggen, zodat niemand last van je heeft. Er is geen lichtpuntje. Dan kan plotseling het gevoel met 180 graden draaien en komt de keerzijde.  Dan heb je het over eindeloze fantasie en uitvluchten uit deze wereld. Dan moet je zien te dealen met grenzeloze energie en ongewilde uitputting.
Zo’n stoornis heet bipolair en dat heb ik. Toen ik van de psychiater hoorde dat ik het had, ging er wel een lichtje branden van herkenning. En ik voelde me meteen patiënt  bij de diagnose : “Manisch depressief”.

“Ik wil heel graag nu reizen”, was mijn eerste reactie.
“Ja, dat willen ze allemaal”, antwoordde de psychiater resoluut.
Kennelijk behoorde ik nu ineens tot een bepaald soort patiënten, die het reizen beter uit hun hoofd konden zetten. Maar telde mijn hele verleden dan niet meer mee:  van reizen organiseren in Afrika tot fietsen in Azië?

Maar er was hoop. Tijdens het volgende spreekuur van de psychiater werd me verteld:
“Er zitten gewoon een paar draadjes los in uw hoofd en met wat medicijnen zou u zich wat beter kunnen voelen”. Ik keek uit het raam in de dokterskamer en dacht:
“Mooi, ik ben dus niet gek, maar er zou wel een wondertje moeten gebeuren. We kunnen het proberen. Ik wil wel gewoon Margreet blijven, geen zombie worden.”

Het was een hele puzzel om te zoeken naar de  juiste medicijnen en de gewenste dosering. Ik reageerde heftig en op verschillende manieren.
Soms vergeleek ik mijn gevoel met een stuiterende pingpongbal.
Even later dacht ik : “Ik lijk wel een wandelend bierkrat”.
Maar toen ik goed was ingesteld, begon ik weer op de oude Margreet te lijken.

Het lukte steeds beter mijn stemming onder controle te krijgen. Ook mijn man profiteerde natuurlijk van de verminderde last. Het was weer draaglijk in huis en we konden weer reisplannen maken. Ik volgde zelfs een cursus voor ervaringsdeskundige. Door te vertellen aan scholieren, studenten en andere belangstellenden over mijn manische depressiviteit, konden veel mensen ervan leren hoe ik er positief mee om ging.

De afgelopen jaren heb ik veel lange fietsreizen van vijf maanden door Europa met mijn man kunnen maken. We trapten ons in het zweet over de Albanese heuvels en de bergen in Montenegro. We daalden met gepaste snelheid van de hellingen van Slovenië om vervolgens weer er tegenaan te gaan en de trappers rond te laten draaien om heel langzaam weer boven op de volgende heuvel te komen. Het was heel inspannend te fietsen over slechte wegen, maar wat voelt het goed te knokken om naar boven te komen en niet bang zijn om je daarna weer in het dal te storten.

De ingrediënten voor een goede fietstocht zijn voor mij:
*heel veel drinken,
*vaak remblokjes vervangen,
*goed eten
*op tijd rust.

Zelfs met  medicijnen voor mijn bipolaire stoornis valt er veel te genieten. Bewegen geeft een bijzonder goed gevoel. Ik zie veel op de fiets. Mijn hoofd loopt vol mooie indrukken van de natuur. Negatieve emoties krijgen geen ruimte meer. Het geeft voldoening, Ik kan die berg op, al kan je me ’s avonds uitwringen van het zweet.. Ik ben niet bang het dal in te gaan, de weg gaat daarna gewoon weer omhoog.

Het voelt zo goed, Ik kan het iedereen aanraden.
Je hoeft er zelfs niet gestoord voor te zijn, maar een beetje gek natuurlijk wel.

 

Samen sterker